ECLI:NL:RBROT:2009:BK4501
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en toepasselijkheid CMR bij diefstal lading tin tijdens binnenlands vervoer
Bakro kreeg opdracht voor het vervoer van tin van Birmingham naar Rotterdam, waarbij het binnenlandse traject van Scheveningen naar Rotterdam werd uitbesteed aan Van Heugten, die het feitelijke vervoer aan Van Ginkel opdroeg. Tijdens het parkeren van de trailer met lading tin op het terrein van Modiform in Scherpenzeel werd de trailer gestolen.
De kern van het geschil betreft de vraag of de CMR van toepassing is op de vervoerovereenkomst tussen Bakro en Van Heugten, en daarmee ook op de relatie met Van Ginkel als opvolgend vervoerder. Bakro stelt dat de CMR van toepassing is en dat Van Heugten en Van Ginkel aansprakelijk zijn voor de schade door niet-aflevering. Van Heugten betwist de toepasselijkheid van de CMR omdat het vervoer binnenlands is en voert aan dat zij niet aansprakelijk is voor schade na aflevering in Scherpenzeel.
De rechtbank oordeelt dat de CMR niet automatisch van toepassing is op binnenlands vervoer, maar dat partijen dit kunnen overeenkomen. De vrachtbrief bevat geen bewijs van instemming van Bakro met de CMR. De bewijslast voor de toepasselijkheid van de CMR ligt bij Bakro, die daartoe bewijs mag leveren. Voor de relatie tussen Van Heugten en Van Ginkel geldt Nederlands recht. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan en draagt partijen op bewijs te leveren over de toepasselijkheid van de CMR en de exacte afspraken over aflevering en aansprakelijkheid.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan en draagt partijen op bewijs te leveren over de toepasselijkheid van de CMR en de afspraken over aflevering.