ECLI:NL:RBROT:2009:BK5632
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. van Zwieten
- L.J.J. Rogier
- P.J. van den Broeke
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke aanwijzing AFM tegen Investerra wegens overtreding Wft bij aanbieding en beheer beleggingsobjecten
Investerra bood kavels landbouwgrond aan als beleggingsobjecten, waarbij rendement in geld werd voorgespiegeld en beheeractiviteiten werden uitgevoerd namens investeerders. De AFM stelde dat Investerra zonder vergunning handelde in strijd met artikel 2:55 van Pro de Wft en gaf een aanwijzing om deze activiteiten te staken.
De rechtbank oordeelde dat het aanbod van Investerra inderdaad beleggingsobjecten betrof omdat er een gerede kans op waardestijging was en het beheer door een derde werd uitgevoerd. De AFM was bevoegd een aanwijzing te geven om de overtreding te beëindigen.
Echter, het tweede onderdeel van de aanwijzing, dat Investerra verbood het beheer van reeds afgesloten overeenkomsten voort te zetten, strekte onmiskenbaar tot aantasting van bestaande overeenkomsten en was in strijd met artikel 1:75, derde lid, van de Wft. Daarom vernietigde de rechtbank dit onderdeel van de aanwijzing.
De rechtbank veroordeelde de AFM tot vergoeding van de proceskosten van Investerra en bepaalde dat het primaire besluit van de AFM, dat het aanbieden onder de €50.000 moest stoppen, in stand bleef.
De uitspraak benadrukt de grenzen van de handhavingsbevoegdheid van de AFM en de bescherming van contractuele relaties onder de Wft.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het deel van de AFM-aanwijzing dat het beheer van bestaande overeenkomsten verbiedt, maar handhaaft het verbod op het aanbieden van beleggingsobjecten onder de €50.000.