ECLI:NL:RBROT:2009:BK9298
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. van den Heuvel
- E.A. Poppe-Gielesen
- J. de Gans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestuurlijke boete wegens niet-toegelaten gewasbeschermingsmiddelen met in stand laten rechtsgevolgen
Eiser kreeg een bestuurlijke boete van €3.000 opgelegd door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wegens het voorhanden hebben van veertien gewasbeschermingsmiddelen waarvan zeven al meer dan twaalf maanden niet waren toegelaten. Eiser maakte bezwaar en stelde dat de boete onterecht was en dat andere bestuursorganen vaak volstaan met een waarschuwing.
De rechtbank oordeelde dat het besluit formeel onjuist was genomen omdat het niet in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer was genomen, zoals vereist volgens artikel 1 van Pro de Wgb. Daarom werd het besluit vernietigd. Echter, de Minister van VROM verklaarde later dat het besluit wel in overeenstemming was genomen, waardoor de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand liet.
De rechtbank vond dat de boete redelijk was gezien de aard en ernst van de overtreding en dat het beleid van de verweerder om voor deze overtredingen een standaardboete te hanteren niet kennelijk onredelijk was. De stelling van eiser dat een waarschuwing voldoende was, werd verworpen. Ook het feit dat het milieu geen schade had geleden en dat de middelen direct waren ingeleverd, bood onvoldoende grond om de boete te matigen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit op formele gronden, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven en dat verweerder het betaalde griffierecht aan eiser vergoedt.
Uitkomst: Het besluit wordt vernietigd op formele gronden, maar de rechtsgevolgen van het boetebesluit blijven in stand.