ECLI:NL:RBROT:2010:BL0220
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke ontbinding arbeidsovereenkomst wegens vermoedens van fraude en gewijzigde omstandigheden
Een werkgever heeft de kantonrechter verzocht om de arbeidsovereenkomst met een werknemer voorwaardelijk te ontbinden wegens vermoedens van fraude. De werknemer had een vaststellingsovereenkomst getekend waarin het dienstverband per 1 oktober 2009 eindigde zonder vergoeding, maar stelde deze nietigheid in. De werkgever stelde dat de werknemer overuren declareerde die niet waren verricht, wat werd betwist door de werknemer die verwees naar afspraken met leidinggevenden.
De kantonrechter heeft een getuigenverhoor gehouden en onderzocht of sprake was van een dringende reden voor ontbinding. De dringende reden is niet komen vast te staan, mede omdat de werkgever onvoldoende onderzoek deed en belangrijke inloggegevens niet kon overleggen. Wel was er sprake van gewijzigde omstandigheden doordat het vertrouwen tussen partijen was verdwenen.
De arbeidsovereenkomst wordt daarom voorwaardelijk ontbonden met ingang van 4 februari 2010, mits in rechte wordt vastgesteld dat de arbeidsovereenkomst nog bestaat. De werknemer krijgt een vergoeding van €61.000 bruto toegekend, waarbij de C-factor op 0,5 is gesteld. Partijen dragen hun eigen proceskosten. De werkgever krijgt tot 3 februari 2010 de gelegenheid het verzoek in te trekken.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt voorwaardelijk ontbonden met een vergoeding van €61.000 bruto en een C-factor van 0,5.