ECLI:NL:RBROT:2010:BL1026
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.I. van Strien
- M. Schoneveld
- A. van ‘t Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bouwvergunning wegens langdurig niet-beginnen bouwwerkzaamheden
Eiser had in 1996 een bouwvergunning gekregen voor het oprichten van een kas op een perceel in Westvoorne. Na 12,5 jaar was er echter geen enkele bouwactiviteit gestart. De gemeente trok daarom de vergunning in, wat eiser aanvocht met bezwaar en beroep. De rechtbank stelde vast dat eiser niet binnen de gestelde termijn van 26 weken met de bouw was begonnen en dat de intrekking een bevoegdheid is die zorgvuldig moet worden afgewogen.
Eiser voerde aan eerst duidelijkheid te willen over het bestemmingsplan en de glastuinbouwbestemming alvorens te starten. De rechtbank oordeelde echter dat deze onzekerheid geen reden was voor de gemeente om de vergunning niet in te trekken. Ook was niet gebleken dat eiser serieuze plannen had om binnen afzienbare tijd te bouwen. De gemeente had het algemene belang van het glasbeleid, gericht op duurzame glastuinbouw en het voorkomen van versnippering, zwaarder mogen laten wegen dan het individuele belang van eiser.
De rechtbank concludeerde dat de belangenafweging zorgvuldig was gemaakt en dat de intrekking niet onredelijk was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De uitspraak bevestigt dat langdurig niet-gebruik van een bouwvergunning en het gemeentelijk beleid zwaarwegende gronden kunnen zijn voor intrekking.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bouwvergunning wordt ongegrond verklaard en de intrekking bevestigd.