ECLI:NL:RBROT:2010:BL3949
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding en boetebepaling bij schending geografische merkgebruiksovereenkomst
Hoka en [gedaagde] sloten op 1 maart 2002 een overeenkomst waarin het gebruik van het merk QUALITY in Nederland geografisch werd verdeeld. [gedaagde] leverde echter producten binnen het aan Hoka toegewezen gebied, wat in strijd was met de overeenkomst. Hoka stelde daarom een boete van €50.000 per overtreding en vorderde betaling van €1.250.000, ontbinding van de overeenkomst en proceskosten.
[gedaagde] voerde verweer met onder meer nietigheid van artikel 2.2 wegens strijd met mededingingsrecht en stelde dat leveringen aan bestaande relaties niet verboden waren. De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst een horizontale marktverdeling betrof en dat de bagatelregeling van artikel 7 lid 2 Mededingingswet Pro van toepassing was, waardoor de nietigheid niet opging. Leveringen aan Bergsma waren geen leveringen aan bestaande relaties.
De rechtbank stelde vast dat voor elke levering een boete verbeurd werd en wees het verzoek tot matiging af, omdat de overtredingen duidelijk waren en de hoogte van de boete niet buitensporig was in verhouding tot de winst. De overeenkomst werd ontbonden en [gedaagde] werd veroordeeld tot betaling van de boetes, wettelijke rente en proceskosten. Vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank ontbindt de overeenkomst en veroordeelt [gedaagde] tot betaling van €1.250.000 aan boetes met rente en proceskosten.