ECLI:NL:RBROT:2010:BL7562
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzet tegen dwangbevel wegens termijnoverschrijding
Op 18 juli 2006 werd in een pand te Rotterdam een hennepkwekerij aangetroffen en ontmanteld door de gemeente onder bestuursdwang. De kosten hiervan, €4.572,22, werden bij opposant in rekening gebracht. Na uitblijven van betaling vaardigde de gemeente op 11 januari 2007 een dwangbevel uit, dat op 26 maart 2008 rechtsgeldig aan opposant werd betekend.
Opposant stelde verzet in tegen het dwangbevel, maar dit geschiedde pas op 10 oktober 2008, ruim na de wettelijke termijn van zes weken na betekening. Opposant voerde aan pas op 18 september 2008 kennis te hebben genomen van het dwangbevel, maar de rechtbank oordeelde dat de betekening rechtsgeldig was en dat opposant onvoldoende had weersproken dat hij al op 26 maart 2008 op de hoogte was.
De rechtbank stelde vast dat de oude regeling van artikel 5:26 Awb Pro van toepassing is, waarbij de termijn strikt geldt. Er was geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding omdat opposant geen feiten of omstandigheden had gesteld die dit konden rechtvaardigen. Daarom werd opposant niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzet en veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Opposant is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzet tegen het dwangbevel wegens overschrijding van de wettelijke termijn.