ECLI:NL:RBROT:2010:BL8606
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering Rabobank wegens ontbreken toestemming echtgenote bij borgtocht
De zaak betreft een vordering van Rabobank tegen [gedaagde] tot betaling van een lening van € 38.836,83 vermeerderd met rente en incassokosten. [gedaagde] had zich borg gesteld voor de schulden van Armastic Kitwerken B.V., waarvan hij directeur en enig aandeelhouder was. De borgtocht werd aangevochten door [gedaagde] op grond van het ontbreken van toestemming van zijn echtgenote, zoals vereist volgens artikel 1:88 lid 1 sub c BW Pro.
De rechtbank stelt vast dat de borgtocht niet is aangegaan ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf van Armastic, omdat het krediet deels werd gebruikt voor het aflossen van een rekening-courantschuld van de eenmanszaak en de omzetting naar een B.V., wat niet tot de normale bedrijfsuitoefening behoort. Hierdoor was toestemming van de echtgenote vereist en deze ontbrak.
Daarmee is de borgtocht vernietigbaar en heeft Rabobank geen recht op nakoming van de vordering. De rechtbank wijst de vordering van Rabobank af en veroordeelt Rabobank in de proceskosten van [gedaagde].
Uitkomst: De vordering van Rabobank wordt afgewezen wegens ontbreken van toestemming echtgenote bij borgtocht.