ECLI:NL:RBROT:2010:BM1817
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.H. Veling
- L.A.C. van Nifterick
- H. van Lokven-van der Meer
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek kantonrechter toegewezen wegens objectief gerechtvaardigde vrees vooringenomenheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die zijn civielrechtelijke vorderingen behandelde. Het verzoek was gebaseerd op vermeende vooringenomenheid, onder meer door het weigeren van een conclusie van repliek en het selectief toelaten van bewijsstukken. Tevens stelde verzoeker dat er in het verleden, toen de kantonrechter nog advocaat was, sprake was van irritatie tussen partijen.
De kantonrechter ontkende vooringenomenheid en stelde dat hij verzoeker voor het eerst tijdens de comparitie had ontmoet. Hij motiveerde het weigeren van repliek door de onmogelijkheid van toewijzing van de vorderingen op grond van wettelijke beperkingen. De rechtbank overwoog dat het tot de bevoegdheden van de kantonrechter behoort om repliek en dupliek te beperken en dat dit op zichzelf geen aanwijzing voor vooringenomenheid vormt.
De rechtbank nam echter kennis van een brief uit 2003 waaruit blijkt dat er destijds irritatie was tussen verzoeker en de kantonrechter toen deze nog advocaat was. Dit gaf aanleiding tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. De rechtbank achtte het wrakingsverzoek daarom gegrond en wees het toe.
De beslissing werd uitgesproken door een meervoudige kamer bestaande uit drie rechters op 20 april 2010.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt toegewezen wegens objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.