ECLI:NL:RBROT:2010:BM1986
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ondercuratelestelling wegens geestelijke stoornis met benoeming zoon tot curator
De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek tot ondercuratelestelling van betrokkene wegens een geestelijke stoornis die haar vermogen om haar belangen behoorlijk waar te nemen ernstig belemmert. Uit psychodiagnostisch onderzoek en rapportages van begeleiders blijkt dat betrokkene functioneert op een licht verstandelijk beperkt niveau, moeite heeft met zelfzorg, medicatie-inname en impulsieve keuzes maakt zonder de consequenties te overzien.
De kantonrechter concludeert dat een ondercuratelestelling noodzakelijk is, omdat een onderbewindstelling onvoldoende bescherming biedt voor zowel vermogensrechtelijke als niet-vermogensrechtelijke belangen. De stoornis is niet altijd herkenbaar voor derden, waardoor bescherming in het rechtsverkeer onvoldoende zou zijn bij enkel onderbewindstelling.
Betrokkene heeft geen uitdrukkelijke voorkeur uitgesproken voor een andere curator dan haar zoon, die bereid is het curatorschap op zich te nemen en geen spanningen met haar ervaart. De kantonrechter benoemt daarom de zoon tot curator, met de mogelijkheid voor betrokkene om via haar advocaat alsnog een andere curator voor te stellen binnen een gestelde termijn.
De beschikking bepaalt tevens dat de uitspraak bekendgemaakt wordt in de Staatscourant en specifieke dagbladen. Tegen deze beslissing kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: Betrokkene wordt onder curatele gesteld wegens een geestelijke stoornis en haar zoon benoemd tot curator.