ECLI:NL:RBROT:2010:BM5231
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. Damsteegt
- P.G.J. van den Berg
- P.J. van den Broeke
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boetes voor overtreding van kredietverstrekkingregels door bank
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) legde aan Postbank, inmiddels gefuseerd met ING, twee bestuurlijke boetes op wegens overtreding van artikel 4:34, eerste en tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht (Wft). De boetes betroffen onrechtmatige kredietverstrekking, met name overkreditering. ING stelde beroep in tegen beide boetes, erkende de eerste boete maar handhaafde het beroep. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de eerste boete niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.
Met betrekking tot de boete wegens overtreding van lid 2 van artikel 4:34 Wft Pro oordeelde de rechtbank dat de Gedragscode Hypothecaire Financiering (GHF), die door Postbank was onderschreven, als maatstaf kan dienen voor het voorkomen van overkreditering. Postbank had echter op een aantal dossiers afgeweken van de annuïtaire toetsing zoals voorgeschreven in de GHF en gebruikte alternatieve criteria die onvoldoende waarborgen boden tegen overkreditering.
ING voerde aan dat de afwijkingen gemotiveerd waren en dat de open norm in artikel 4:34 lid 2 Wft Pro beoordelingsruimte biedt. De rechtbank oordeelde dat ING onvoldoende had onderbouwd dat de alternatieve criteria een gelijkwaardig beschermingsniveau boden. De boete werd daarom gehandhaafd. De rechtbank zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en verwierp het beroep tegen de boete wegens overtreding van lid 2 van artikel 4:34 Wft Pro.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens overtreding van artikel 4:34 lid 1 Wft is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de boete wegens overtreding van lid 2 van artikel 4:34 Wft is ongegrond verklaard.