ECLI:NL:RBROT:2010:BM5262
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding schade en proceskosten na vertraging bijstandbetaling afgewezen behalve wettelijke rente
Eiser heeft schadevergoeding gevorderd omdat hij door de weigering van een bijstandsuitkering dakloos werd en zijn inboedel verloor. Verweerder kende alleen wettelijke rente toe over de periode van vertraging in uitkeringsbetaling en wees overige schade af. De rechtbank oordeelde dat immateriële schade niet aannemelijk was gemaakt en dat materiële schade geacht wordt te zijn verdisconteerd in de wettelijke rente conform artikel 6:119 BW Pro en jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep.
De rechtbank stelde vast dat verweerder onjuist had gehandeld door het primaire besluit niet te herroepen bij de toekenning van aanvullende rente en verklaarde het beroep gegrond voor zover het ging om de vergoeding van proceskosten in de bezwaar- en beroepsprocedure. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van deze kosten en het griffierecht.
De overige vorderingen tot vergoeding van materiële en immateriële schade werden afgewezen omdat eiser het geestelijk letsel niet met concrete gegevens had onderbouwd en het causale verband tussen de weigering van de uitkering en het verlies van zijn inboedel onvoldoende was aangetoond. De rechtbank bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Vergoeding wettelijke rente en proceskosten toegekend, overige materiële en immateriële schade afgewezen.