ECLI:NL:RBROT:2010:BM6741
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens samenwoning
Eiseres betwistte dat zij vanaf 10 mei 2001 tot 31 juli 2008 een gezamenlijke huishouding voerde met haar partner en stelde dat hiervoor onvoldoende bewijs was geleverd. Verweerder had de bijstandsuitkering herzien en het teveel betaalde bedrag van ruim €94.000,- teruggevorderd omdat eiseres niet had gemeld dat zij samenwoonde, waardoor het recht op bijstand niet correct kon worden vastgesteld.
De rechtbank nam de verklaringen van eiseres en haar partner, gegevens over elektriciteits-, gas- en waterverbruik, mutatierapporten van de politie en verklaringen van buren in beschouwing. Dit leidde tot het oordeel dat zij reeds voor 1 augustus 2008 hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden en zorg droegen voor elkaar, wat een gezamenlijke huishouding vormt volgens de wet.
Eiseres had haar eerdere verklaringen deels herroepen, maar de rechtbank hechtte meer waarde aan de verklaringen tegenover de sociaal rechercheurs en vond geen aanwijzingen dat deze onder druk waren afgelegd. Ook was er sprake van wederzijdse zorg, mede gezien dat de partner feitelijk leefde van de bijstandsuitkering van eiseres.
De rechtbank volgde het beleid van verweerder inzake herziening en terugvordering en vond geen dringende redenen om hiervan af te wijken. De vordering was niet onevenredig in verhouding tot het doel van het beleid. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de herziening en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.