ECLI:NL:RBROT:2010:BM9991
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Officier van justitie niet ontvankelijk wegens schending vrijheid van meningsuiting bij Wereldhavendagen 2009
Op 5 september 2009 werd een vredesactiviste tijdens de Wereldhavendagen in Rotterdam aangehouden omdat zij met luide stem haar mening uitte over haar aanhouding en actieborden en flyers bij zich had die volgens het Openbaar Ministerie de openbare orde zouden verstoren. De officier van justitie vervolgde haar op grond van bepalingen uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Rotterdam 2008.
De verdediging stelde dat de vervolging niet ontvankelijk moest worden verklaard omdat de uitingen van de verdachte onder de bescherming van de vrijheid van meningsuiting vallen, zoals gewaarborgd in artikel 7 Grondwet Pro, artikel 10 EVRM Pro en artikel 19 IVBPR Pro. De rechtbank bevestigde dat beperkingen op dit grondrecht alleen bij formele wet mogen worden opgelegd en dat de APV hiervoor onvoldoende grondslag biedt.
De rechtbank overwoog dat de opsporingsambtenaren geacht worden de wet en verdragen te kennen en dat de officier van justitie niet in redelijkheid tot vervolging had kunnen besluiten. Er was sprake van een evidente schending van het grondrecht op vrije meningsuiting. De vervolging werd daarom niet ontvankelijk verklaard. Verdere verweren bleven onbesproken omdat de zaak daarmee was afgedaan.
Uitkomst: De officier van justitie wordt niet ontvankelijk verklaard in zijn vervolging wegens schending van de vrijheid van meningsuiting.