ECLI:NL:RBROT:2010:BN0298
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding brandschade op basis van herbouwwaarde ondanks sloopvergunning
In deze zaak vordert [eiser] van Achmea vergoeding van brandschade aan een pand op basis van de herbouwwaarde, terwijl Achmea slechts de sloopwaarde heeft uitgekeerd. [Eiser] had voorafgaand aan de brand een sloopvergunning aangevraagd, maar stelde dat dit niet betekende dat hij een definitief voornemen tot sloop had. De rechtbank beoordeelde de uitleg van het polisbeding dat vergoeding op sloopwaarde mogelijk maakt indien sprake is van een concreet voornemen tot sloop.
De rechtbank concludeerde dat het enkele feit van het aanvragen en verkrijgen van een sloopvergunning niet automatisch een concreet en onomkeerbaar voornemen tot sloop impliceert. [Eiser] had de vergunning aangevraagd om te voorkomen dat het pand op de gemeentelijke monumentenlijst zou worden geplaatst, wat de waarde negatief zou beïnvloeden. Achmea kon haar stelplicht en bewijslast omtrent het voornemen tot sloop niet voldoende onderbouwen.
Verder oordeelde de rechtbank dat Achmea gehouden is tot vergoeding op basis van de herbouwwaarde en dat de vordering opeisbaar is vanaf vier weken na de datum van taxatie, 7 februari 2008. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Achmea werd veroordeeld tot betaling van € 993.565,-- vermeerderd met wettelijke rente en in de proceskosten.
Uitkomst: Achmea is veroordeeld tot betaling van € 993.565,-- plus wettelijke rente vanaf 7 februari 2008 op basis van de herbouwwaarde.