ECLI:NL:RBROT:2010:BN3965
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij weigering vergunning transcatheter hartklepinterventies aan Erasmus MC
Erasmus MC verzocht de voorzieningenrechter om voorlopige voorzieningen tegen besluiten van de minister van VWS die haar de vergunning voor het verrichten van transcatheter hartklepinterventies (THI’s) weigerden en een korte afbouwtermijn oplegden. De minister had slechts vijf instellingen vergunning verleend, waaronder niet Erasmus MC, en een overgangsperiode tot 15 augustus 2010 toegestaan.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de termijn voor afbouw onredelijk kort was, mede gelet op het spoedeisende belang van Erasmus MC om patiënten op de wachtlijst te kunnen blijven behandelen. De minister had onvoldoende garanties dat patiënten spoedig konden worden overgenomen door andere instellingen. Erasmus MC voldeed aan de gehanteerde criteria en behoorde volgens het IGZ-advies tot de instellingen met de laagste mortaliteit.
De rechter beperkte zich tot de beoordeling van de overgangsperiode en besloot het besluit tot verlenging van de afbouwtermijn te schorsen tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De voorzieningenrechter uitte ook twijfels over de rechtmatigheid van de weigering van de vergunning en de kwaliteit van het IGZ-advies.
Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst de afbouwtermijn voor Erasmus MC tot zes weken na beslissing op bezwaar.