ECLI:NL:RBROT:2010:BN4016
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging persoonlijke aansprakelijkheid voor commissiebetalingen ondanks vernietiging echtgenote
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of [opposant] persoonlijk gehouden was tot betaling van commissiebedragen aan B&F onder diverse commissieovereenkomsten van 31 maart 2006. B&F voerde aan dat partijen waren overeengekomen dat [opposant] persoonlijk aansprakelijk was, terwijl [opposant] dit betwistte en zijn echtgenote vernietiging van deze rechtshandelingen op grond van artikel 1:88 BW Pro had ingeroepen.
De rechtbank nam getuigenverklaringen van betrokkenen in enquête en contra-enquête in overweging. Getuigen verklaarden dat [opposant] meerdere malen had toegezegd persoonlijk aansprakelijk te zijn voor de betaling van de commissie, en dat hij de overeenkomsten zonder opmerkingen had ondertekend. De rechtbank achtte deze verklaringen, mede ondersteund door de originele stukken waarin de clausule “en/of [opposant]” stond, voldoende geloofwaardig.
Verder oordeelde de rechtbank dat de coöperatie DBP, waarvan [opposant] en zijn echtgenote de enige leden en bestuurders waren, feitelijk functioneerde als een besloten vennootschap. Hierdoor was de uitzondering van artikel 1:88 lid 5 BW Pro van toepassing, waardoor geen toestemming van de echtgenote vereist was voor de persoonlijke aansprakelijkheid van [opposant]. De vernietiging door de echtgenote was daarom zonder rechtsgevolg.
Daarnaast werd vastgesteld dat de Projekt/Transaktie Commissie Overeenkomst betreffende System Parking Associates (SPA) zag op de geldleningsovereenkomst tussen DBP en NH Consulting, ondanks dat System Parking Associates nog niet was opgericht. De rechtbank concludeerde dat [opposant] de gevorderde commissiebedragen van in totaal € 851.500,- verschuldigd was. Het verstekvonnis van 25 juni 2007 werd bevestigd en [opposant] werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt dat [opposant] persoonlijk aansprakelijk is voor betaling van € 851.500,- aan commissiebedragen en veroordeelt hem in de proceskosten.