ECLI:NL:RBROT:2010:BN4841
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Onbekend
- Rechtspraak.nl
Vernietiging van huisverbod en verlengingsbesluit wegens gebrek aan bewijs van onmiddellijk gevaar
In deze zaak, behandeld door de Rechtbank Rotterdam op 17 augustus 2010, werd een beroep gegrond verklaard tegen de oplegging van een huisverbod en het verlengingsbesluit daarvan. De zaak betreft een relatie waarin al geruime tijd spanningen aanwezig waren. De directe aanleiding voor het opleggen van het huisverbod was een kort geding dat door de vrouw was aangespannen met betrekking tot het gebruiksrecht van de woning. De burgemeester had de verwachting dat de eiser zeer agressief zou reageren op de aankondiging van deze procedure, wat leidde tot de beslissing om een huisverbod op te leggen.
Echter, de rechtbank oordeelde dat de burgemeester niet voldoende aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van een (ernstig vermoeden van) onmiddellijk en ernstig gevaar. De rechtbank benadrukte dat, hoewel er spanningen waren, er geen recente geweldsincidenten waren die de oplegging van het huisverbod rechtvaardigden. De rechtbank concludeerde dat er mogelijk grond kan zijn voor het opleggen van een huisverbod ter voorkoming van een dreigende escalatie, maar dat in dit specifieke geval de onderbouwing van de burgemeester tekortschiet.
De uitspraak van de rechtbank leidde tot de vernietiging van het besluit tot oplegging van het huisverbod en het verlengingsbesluit. Deze uitspraak is gerectificeerd en de gerectificeerde uitspraak is beschikbaar onder het LJN BO0555.