ECLI:NL:RBROT:2010:BN5116
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.P. van Essen
- W.J.J. Wetzels
- H. van Lokven-van der Meer
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter-commissaris wegens niet-verzetten getuigenverhoren niet-ontvankelijk
In deze strafzaak heeft de verdediging een verzoek tot wraking ingediend tegen de rechter-commissaris wegens het niet verzetten van getuigenverhoren op een voor de advocaat ongeschikte datum. De rechter-commissaris had de verhoren ingepland zonder overleg met de verdediging, wat volgens de verdediging de onafhankelijkheid en onpartijdigheid in gevaar bracht.
De rechtbank heeft het wrakingsverzoek inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat het verzoek niet tijdig was ingediend. De verdediging had reeds op 29 juni 2010, en uiterlijk op 22 juli 2010, moeten begrijpen dat de verhoren niet zouden worden verzet. Het verzoek van 9 augustus 2010 kwam daarmee te laat volgens artikel 513 Sv Pro.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat het volgen van het algemene planningsbeleid binnen het kabinet van de rechter-commissaris geen aanwijzing vormt voor vooringenomenheid jegens de verzoeker. Het verzoek tot wraking werd daarom niet ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdigheid.