ECLI:NL:RBROT:2008:BD5891
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- A.J.P. van Essen
- M. Fiege
- Rechtspraak.nl
Wraking toegewezen wegens schijn van vooringenomenheid door weigering aanhouding zaak voor getuigenverhoor
Verzoekster, verdachte in een omvangrijke strafzaak met onder meer deelname aan een criminele organisatie en Opiumwetdelicten, verzocht wraking van drie rechters vanwege hun beslissing om de zaak niet aan te houden voor het later horen van haar echtgenoot, tevens hoofdverdachte, als getuige.
De rechtbank had aanvankelijk besloten dat deze hoofdverdachte als getuige moest worden gehoord, maar tijdens de zitting weigerde hij te verklaren en beriep zich op zijn verschoningsrecht. Verzoekster wilde de zaak aanhouden om later alsnog zijn verklaring af te wachten, wat werd afgewezen door de rechtbank met het argument dat een bijzondere reden voor het opnieuw horen van de getuige ontbrak.
De wrakingskamer oordeelde dat deze weigering de schijn wekt dat de beslissing is ingegeven door efficiency en niet door een afweging van het belang van de waarheidsvinding. Dit wekt een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid jegens verzoekster. Daarom werd het wrakingsverzoek toegewezen.
Uitkomst: Wrakingsverzoek toegewezen wegens schijn van vooringenomenheid door weigering aanhouding zaak voor later getuigenverhoor.