ECLI:NL:RBROT:2010:BN9326
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beperkte aansprakelijkheid vervoerder en vergoeding van kosten volgens Nederlands recht
In deze zaak tussen ABN AMRO Verzekeringen B.V. en Hanjin Shipping Company Limited stond centraal of naast het volgens de Hague Rules verschuldigde beperkingsbedrag aanspraak bestaat op vergoeding van expertisekosten, buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente onder Nederlands recht.
De rechtbank volgde de partiële rechtskeuze van partijen voor Nederlands recht en oordeelde dat expertisekosten en buitengerechtelijke kosten als vermogensschade onder artikel 6:96 lid 2 BW Pro vallen. Echter, op grond van artikel 8:378 BW Pro in samenhang met artikel 8:387 BW Pro en artikel 3:388 BW Pro is de vervoerder slechts aansprakelijk tot het beperkingsbedrag. Kosten van gerechtelijk onderzoek zijn de enige bijkomende kosten die vergoed kunnen worden, niet de gevorderde expertisekosten en buitengerechtelijke kosten.
Verder werd vastgesteld dat Hanjin vanaf de dag van aflevering, 22 december 1999, in verzuim was en daarom de wettelijke rente ex artikel 6:120 lid 1 BW Pro verschuldigd is. De rechtbank veroordeelde Hanjin tot betaling van het beperkingsbedrag van GBP 55.900,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf genoemde datum en in de proceskosten.
De vordering tot vergoeding van expertisekosten en buitengerechtelijke kosten werd afgewezen, waarmee de rechtbank de aansprakelijkheid van de vervoerder strikt beperkte tot het bedrag volgens de Hague Rules.
Uitkomst: Hanjin is aansprakelijk tot het beperkingsbedrag van GBP 55.900,- met wettelijke rente vanaf 22 december 1999, maar niet voor expertisekosten en buitengerechtelijke kosten.