ECLI:NL:RBROT:2010:BO0063
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding voor schade aan schip tijdens belading
Op 4 december 2007 is het binnenvaartschip “Pretoria” van eiser afgemeerd bij APM voor containerbelading. Tijdens het lossen veroorzaakte een spreader schade aan de stuurhut van het schip. Eiser en diens cascoverzekeraar HDI vorderen schadevergoeding wegens onrechtmatige daad. APM betwist aansprakelijkheid, stelt dat de dagvaarding nietig is en voert eigen schuld aan vanwege de fragiele constructie van het schip.
De rechtbank oordeelt dat de dagvaarding ondanks enkele formele gebreken niet nietig is, omdat APM voldoende op de hoogte was van de zaak en zich heeft kunnen verweren. De eiswijziging wordt toegestaan omdat deze binnen de procesregels valt. Het toepasselijke recht is Nederlands recht, gezien het internationale karakter en het plaats van de daad.
De rechtbank stelt dat het enkel ontstaan van schade tijdens belading niet automatisch leidt tot aansprakelijkheid. Eiser en HDI hebben onvoldoende concrete feiten gesteld die aantonen dat APM of haar ondergeschikten niet de vereiste zorgvuldigheid in acht hebben genomen. De stelling dat het maatschappelijk onbetamelijk is een schip te beschadigen is onvoldoende gemotiveerd. Daarom worden de vorderingen afgewezen en wordt eiser en HDI veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot schadevergoeding wegens schade aan schip tijdens belading wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van onrechtmatig handelen door APM.