ECLI:NL:RBROT:2009:BJ5767
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid stuwadoor voor schade aan binnenschip bij machinale containerbelading
EFM, als verzekeraar, en [eiseres sub 2], eigenaar van het binnenschip "[schip 1]", vorderen schadevergoeding van Uniport vanwege schade aan het stuurhuis van het schip veroorzaakt tijdens machinale belading met containers door Uniport's kraanmachinist.
Uniport betwist de toedracht en aansprakelijkheid, onder meer door te stellen dat de kraanmachinist de spreader alleen kon losmaken als deze boven het midden van de container hing, en beroept zich op uitsluitingen van aansprakelijkheid op borden die volgens haar zichtbaar waren. EFM en [eiseres sub 2] betwisten de zichtbaarheid en werking van deze borden.
De rechtbank stelt vast dat er geen overeenkomst tussen partijen is en dat de vordering gebaseerd is op een onrechtmatige daad. Zij wijst erop dat EFM en [eiseres sub 2] de bewijslast dragen voor het aantonen van een fout van de kraanmachinist die de grenzen van de bij machinale belading redelijkerwijs te verlangen zorgvuldigheid overschrijdt, conform het arrest "Nicolaos Pateras" (NJ 1953, 791). De rechtbank draagt bewijslevering op en houdt verdere beslissing aan totdat dit bewijs is geleverd.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan voor bewijslevering over de aansprakelijkheid van Uniport voor de schade aan het binnenschip.