ECLI:NL:RBROT:2010:BO5219
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Wraking toegewezen wegens schijn van vooringenomenheid door afwijzing nader sporenonderzoek
In deze zaak heeft de verdediging verzocht om nader onderzoek naar haren op tape die eerder niet vernietigd waren en waarop mogelijk belastende of ontlastende sporen konden worden aangetroffen. Hoewel het NFI een versneld onderzoek had uitgevoerd, was dit niet afgerond en werd nader onderzoek afgewezen door de strafkamer zonder duidelijke motivering.
De wrakingskamer oordeelde dat deze afwijzing onbegrijpelijk was, vooral omdat de strafkamer eerder had geoordeeld dat nader onderzoek noodzakelijk was. Door het verzoek tot nader onderzoek op deze wijze af te wijzen, wekte de strafkamer de objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid jegens de verzoeker.
Het verzoek tot wraking werd daarom gegrond verklaard en toegewezen, terwijl het verzoek tot wraking voor zover gebaseerd op het horen van NFI-medewerkers niet-ontvankelijk werd verklaard wegens te late indiening. De beslissing werd genomen door een meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Rotterdam op 26 november 2010.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is toegewezen wegens de schijn van vooringenomenheid door de strafkamer, terwijl een deel van het verzoek niet-ontvankelijk werd verklaard.