ECLI:NL:RBROT:2010:BO6832
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst hoofd P&O wegens onmogelijke samenwerking in ziekenhuis
In deze zaak staat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst van het hoofd Personeel en Organisatie (P&O) van een ziekenhuis centraal. De werknemer werd op non-actief gesteld en vorderde wedertewerkstelling en rectificatie, terwijl het ziekenhuis een ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzocht wegens veranderde omstandigheden.
De kantonrechter oordeelde dat het hoofd P&O vakinhoudelijk goed functioneerde en dat de crisis binnen het ziekenhuis al langere tijd bestond. Hoewel er een incident was waarbij onwelvoeglijke uitlatingen zouden zijn gedaan, was dit niet voldoende reden voor ontbinding. Het nieuwe bestuur wilde echter niet verder samenwerken met de werknemer, waardoor een vruchtbare samenwerking onmogelijk was geworden.
De arbeidsovereenkomst werd daarom ontbonden op grond van veranderde omstandigheden die vooral aan de zijde van de werkgever lagen. De vergoeding werd vastgesteld op €75.000 bruto, zonder toepassing van de kantonrechtersformule, gezien het onberispelijke dienstverband en de crisissfeer. De kantonrechter gaf de werkgever een termijn om het verzoek in te trekken, waarna bij uitblijven ontbinding en betaling van de vergoeding volgden.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst van het hoofd P&O wordt ontbonden wegens onmogelijke samenwerking met een vergoeding van €75.000 bruto.