ECLI:NL:RBROT:2010:BO7544
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. Damsteegt
- L.A.C. van Nifterick
- J.D.M. Nouwen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvragen maatschappelijke opvang en bijstand
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam vanwege het niet tijdig beslissen op hun aanvragen om maatschappelijke opvang en bijstand. De aanvragen werden ingediend in oktober 2010, waarna het college aangaf binnen acht weken te zullen beslissen. Eisers stelden dat een kortere beslistermijn van een tot twee weken redelijk was vanwege hun schrijnende situatie.
De rechtbank overwoog dat de wet geen specifieke beslistermijn kent voor deze aanvragen en dat de redelijke termijn op grond van artikel 4:13 Awb Pro maximaal acht weken bedraagt. Hoewel in uitzonderlijke gevallen een kortere termijn geldt bij spoedeisendheid, was dit hier niet aan de orde omdat eisers al over beperkte opvang beschikten en geen bijzondere omstandigheden waren gesteld die een snellere beslissing vereisten.
Het college had bovendien medisch advies gevraagd en moest afstemming zoeken met andere instanties, wat tijd kost. De rechtbank stelde vast dat de beroepen prematuur waren omdat de redelijke termijn nog niet was verstreken. Daarnaast verwees de rechtbank de beroepen tegen de afwijzende besluiten van 2 december 2010 terug naar het college voor heroverweging. De beroepen werden daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk omdat de redelijke beslistermijn van acht weken nog niet was verstreken.