ECLI:NL:RBROT:2010:BO7553
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake herhaalde publicatie bestuurlijke boete door AFM
De zaak betreft verzoeken om voorlopige voorziening tegen herhaalde publicatiebesluiten van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) inzake een bestuurlijke boete die al onherroepelijk was geworden. De rechtbank oordeelt dat een brief van latere datum met hetzelfde rechtsgevolg als een eerder onherroepelijk besluit in principe geen zelfstandig rechtsgevolg heeft, tenzij bijzondere omstandigheden zoals nieuw gebleken feiten of langdurig tijdsverloop zich voordoen.
In deze zaak is het tijdsverloop tussen het onherroepelijk worden van de boete en de tweede publicatiebesluiten aanzienlijk, waardoor de openbaarmaking mogelijk in strijd is met het doel van het toezicht op de naleving van de Wet op het financieel toezicht (Wft). De voorzieningenrechter stelt dat AFM ambtshalve een nadere besluitvorming moet verrichten voordat zij overgaat tot een tweede publicatie.
Verder wordt overwogen dat AFM rekening dient te houden met het belang van de beboete onderneming, vooral wanneer deze berust in de boeteoplegging of bezwaar intrekt om een tweede publicatie te voorkomen. De voorzieningenrechter weegt het belang van de onderneming zwaarder dan dat van AFM bij een snelle tweede publicatie en besluit de beslissingen van 22 oktober 2010 te schorsen tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar.
Daarnaast wordt vastgesteld dat de bezwaarschriften niet omgezet hoeven te worden in beroepschriften en wordt AFM veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst de beslissingen van AFM tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar en veroordeelt AFM in proceskosten.