ECLI:NL:RBROT:2010:BO9847
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- W.J.J. Wetzels
- W.P. Sprenger
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter in strafrechtelijke klaagschriftprocedure
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen de rechter die hun klaagschrift behandelde in een strafrechtelijke procedure. Zij voelden zich niet onbevooroordeeld behandeld, mede vanwege de wijze waarop de rechter het klaagschrift ter zitting afhandelde en een onjuiste mededeling over contacten tussen de rechter-commissaris en de ringvoorzitter.
De rechtbank nam kennis van het procesdossier en de zitting waarbij het wrakingsverzoek werd behandeld. Verzoekers stelden dat de rechter onvoldoende openstond voor hun argumenten, de behandeling bevooroordeeld was en dat de onjuiste mededeling over contacten tussen rechter-commissaris en ringvoorzitter de onpartijdigheid in twijfel trok.
De rechter erkende de onjuiste mededeling maar stelde dat dit een misverstand betrof zonder invloed op de beoordeling van het klaagschrift. De rechtbank oordeelde dat de rechter uit hoofde van haar functie wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat de aangevoerde omstandigheden onvoldoende zwaarwegend zijn om partijdigheid aan te nemen.
De rechtbank concludeerde dat de onjuiste mededeling en de overige omstandigheden niet leiden tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor partijdigheid.