ECLI:NL:RBROT:2010:BP1415
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding na aanvaring tussen binnenschepen bij scherpe vaarbocht
Op 29 maart 2006 vond een aanvaring plaats tussen de motorvrachtschepen Adriana en Matrico bij de splitsing van de rivieren Nieuwe Maas, Noord en Lek. De omstandigheden waren helder, met een ebstroom en westenwind. Beide schepen wilden elkaar passeren bij een scherpe, onoverzichtelijke bocht. De Adriana voer de Lek af met de bedoeling de Noord op te draaien, terwijl de Matrico de Noord afvoer met de bedoeling de Lek op te draaien.
EFM, de verzekeraar van de Adriana, vorderde schadevergoeding van Matrix, eigenaar van de Matrico, omdat de Matrico volgens haar de passeerafspraak en eisen van goede zeemanschap had geschonden door te lang rechtdoor te varen en onvoldoende snelheid aan te passen. Matrix betwistte schuld en schade, stellende dat de Adriana onverwacht en onjuist voer en dat de Matrico haar snelheid had aangepast en de bocht tijdig had ingezet.
De rechtbank oordeelde dat de passeerafspraak niet inhield dat de Matrico de Adriana voorrang moest verlenen en dat de eisen van goede zeemanschap niet vereisten dat de Matrico ruimte moest geven aan de Adriana die de binnenbocht nam. Beide schepen hadden hun snelheid aangepast. De verklaringen van de schippers en roergangers werden als min of meer juist aangenomen. Er was onvoldoende bewijs dat de Matrico schuld had aan de aanvaring.
Daarom wees de rechtbank de vorderingen van EFM af en veroordeelde zij EFM in de proceskosten van Matrix. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding af wegens onvoldoende schuld van Matrix aan de aanvaring.