ECLI:NL:RBROT:2011:BP1894
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toelating van de Staat tot tussenkomst in geschil over vernietiging hypotheekrecht in ontnemingszaak
In deze zaak vordert de Ontvanger dat verweerder sub 3 duldt dat executoriale beslagen op een woning van verweerders sub 1 en 2 worden voortgezet en dat een hypothecaire inschrijving wordt doorgehaald. Verweerders sub 1 en 2 zijn veroordeeld voor drugshandel en witwassen, en de woning is vermoedelijk gefinancierd met crimineel verkregen gelden. Verweerder sub 3 heeft een hypotheekrecht op deze woning, dat door de Ontvanger wordt betwist.
De Staat verzoekt om tussenkomst in deze procedure omdat hij toekomstig schuldeiser is op grond van een nog op te leggen ontnemingsmaatregel. De rechtbank onderzoekt of de Staat voldoende belang heeft om tussen te komen, ook al is de ontnemingsvordering nog niet ingesteld. De rechtbank oordeelt dat de Staat belang heeft op grond van artikel 217 Rv Pro en de actio pauliana, omdat de Staat benadeeld kan worden als het hypotheekrecht blijft bestaan.
De rechtbank wijst het verzoek tot tussenkomst toe en verwijst de hoofdzaak naar de rol voor conclusie van antwoord van verweerder sub 3. De beslissing over de kosten wordt aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak. Hiermee wordt de positie van de Staat in het civiele geschil versterkt, ondanks het ontbreken van een formele ontnemingsvordering.
Uitkomst: De Staat wordt toegelaten tot tussenkomst in de procedure over de vernietiging van het hypotheekrecht op de woning.