ECLI:NL:RBROT:2011:BP3590
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorwaardelijke ontbinding arbeidsovereenkomst na ontslag op staande voet wegens escalatie en onduidelijke dringende reden
De zaak betreft een geschil tussen een werknemer en zijn werkgever over het ontslag op staande voet. De werknemer werd op 5 november 2010 op staande voet ontslagen na een geëscaleerd gesprek over een vermeende onrechtmatigheid bij een grote levering, de zogenaamde Turkse deal. De werknemer betwist de dringende reden voor het ontslag en stelt dat het ontslag onterecht is.
De kantonrechter constateert dat het ontslag mede het gevolg is van een door de werkgever veroorzaakte escalatie tijdens het gesprek en dat het ontslag op staande voet daarom geen passende sanctie is. Ook de Turkse deal wordt onvoldoende onderbouwd als dringende reden, mede gelet op het onberispelijke dienstverband en eerdere bonussen van de werknemer.
Het verzoek tot voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen omdat de gronden voor het ontslag en ontbinding te mager zijn. De kantonrechter benadrukt het belang van een 'level playing field' en dat partijen eerst met elkaar moeten communiceren over voortzetting of beëindiging van het dienstverband. De werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen omdat het ontslag op staande voet geen stand houdt.