ECLI:NL:RBROT:2011:BP6089
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsincident in vrijwaringszaak over wegvervoer tussen Duitse partijen
Gruber GmbH & Co KG vordert in een civiele procedure tegen curator Wiedemann van het faillissement van ARAS GmbH Internationale Spedition onder meer een verklaring voor recht dat ARAS aansprakelijk is en dat Wiedemann Gruber moet vrijwaren voor aanspraken van Univar Products International B.V. wegens schade aan een tankcontainer tijdens vervoer.
Wiedemann stelt dat de Nederlandse rechtbank niet bevoegd is kennis te nemen van de vorderingen van Gruber. De rechtbank onderzoekt de internationale bevoegdheid aan de hand van Brussel I-Vo en het CMR-verdrag. De CMR is niet van toepassing omdat het vervoer binnen Duitsland plaatsvond. De hoofdregel van Brussel I-Vo wijst bevoegdheid toe aan de rechter van de woonplaats van de gedaagde, hier Duitsland.
De rechtbank oordeelt dat alleen de tweede vordering van Gruber, die ziet op de vrijwaringsplicht van Wiedemann, valt onder artikel 6 lid 2 Brussel Pro I-Vo en dat de rechtbank hiervoor bevoegd is. De eerste en derde vordering zijn geen vrijwaringsvorderingen en de rechtbank verklaart zich daarvoor onbevoegd. De proceskosten worden gecompenseerd en de hoofdzaak wordt voortgezet voor de tweede vordering.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd voor twee vorderingen en bevoegd voor de vordering tot vrijwaring op grond van artikel 6 lid 2 Brussel I-Vo.