ECLI:NL:RBROT:2011:BP6657
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. van Lokven-van der Meer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot afstorting pensioenverevening bij externe verzekeraar wegens slechte financiële positie onderneming
In deze familierechtelijke zaak stond de afwikkeling van pensioenverevening tussen ex-echtgenoten centraal. De vrouw vorderde dat de man en diens onderneming het aan haar toekomende deel van de tijdens het huwelijk opgebouwde pensioenrechten zouden afstorten bij een externe pensioenverzekeraar. De rechtbank oordeelde dat dit verzoek, gelet op de financiële situatie van de onderneming, onaanvaardbaar was.
De rechtbank nam daarbij in aanmerking dat de onderneming verlieslijdend was, met een onzeker voortbestaan en liquiditeits- en solvabiliteitsproblemen. De continuïteit van de onderneming zou in gevaar komen bij afstorting van het pensioenkapitaal. Ook werd vastgesteld dat het pensioen in eigen beheer werd gehouden en dat het vereveningsrecht afhankelijk is van de pensioenregeling van de man.
Verder behandelde de rechtbank de verrekening van een belastingschuld en naheffingsrente tussen partijen. De vrouw werd veroordeeld tot betaling van de helft van de naheffingsrente, omdat zij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat deze rente aan de man en diens onderneming zelf te wijten was. Na verrekening van de belastingschuld resteerde een klein bedrag dat de vrouw aan de man moest betalen.
De rechtbank compenseerde de proceskosten en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Hiermee werd een evenwichtige regeling getroffen binnen de grenzen van redelijkheid en billijkheid, waarbij de financiële realiteit van de onderneming leidend was.
Uitkomst: Verzoek tot afstorting van pensioen bij externe verzekeraar afgewezen wegens slechte financiële positie onderneming.