ECLI:NL:RBROT:2011:BP8963
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vergunningverlening voor windturbinepark Q4-WP met beoordeling scheepvaartveiligheid en milieueffecten
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep tegen de vergunningverlening voor het windturbinepark Q4-WP, gelegen in de exclusieve economische zone nabij Egmond aan Zee. Verweerder verleende de vergunning op grond van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken (Wbr) na een uitgebreide milieueffectrapportage en toetsing van scheepvaartveiligheid, visserij en ecologische effecten.
Eisers stelden onder meer dat de vergunning in strijd was met internationale verdragen, dat de scheepvaartveiligheid onvoldoende was gewaarborgd, en dat de milieueffecten op vissen en vislarven onvoldoende waren onderzocht. Ook werd bezwaar gemaakt tegen de korte termijn van terinzagelegging van het tweede ontwerpbesluit. De rechtbank oordeelde dat de beroepen van eisers 2 ontvankelijk waren, maar het beroep van de directeur CNB niet.
De rechtbank concludeerde dat verweerder bevoegd was beleidsregels vast te stellen en dat het toetsingskader adequaat was. De berekeningen en simulaties van scheepvaartveiligheid, waaronder de benodigde vaarwegbreedte en veiligheidszones, waren voldoende onderbouwd. De economische impact en het voorzorgsbeginsel werden adequaat meegenomen. De milieueffectrapportage en passende beoordeling waren zorgvuldig uitgevoerd. De procedurele tekortkomingen werden met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro gepasseerd. De beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen tegen de vergunning voor het windturbinepark Q4-WP ongegrond en bevestigt de vergunningverlening.