ECLI:NL:RBROT:2011:BP8965
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vergunningverlening windturbinepark West Rijn en toetsing scheepvaartveiligheid, milieu en mijnbouwbelangen
De rechtbank Rotterdam behandelde beroepen tegen de vergunningverlening op grond van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken (Wbr) voor het windturbinepark West Rijn, gelegen in de exclusieve economische zone (EEZ). De vergunning werd verleend met beperkingen en voorwaarden, waaronder een veiligheidszone en beperkingen ten aanzien van de bouw nabij bepaalde platforms.
Eiseres 2 (Havenbedrijf Rotterdam) en eiseres 3 (Dana Petroleum Netherlands B.V.) werden ontvankelijk verklaard in hun beroep. Eiser 1 werd ongegrond verklaard. De rechtbank toetste de vergunningverlening aan de Wbr, Beleidsregels, het VN Zeerechtverdrag, en internationale richtlijnen. De rechtbank concludeerde dat het belang van scheepvaartveiligheid voldoende was gewaarborgd, mede door een verkleining van het park aan de zuidzijde en het hanteren van een veiligheidszone van 500 meter. De berekeningen en simulaties van vaarwegbreedte en afstand tot het park werden als voldoende onderbouwd beoordeeld.
Ten aanzien van milieu en visserij oordeelde de rechtbank dat de milieueffectrapportage en passende beoordeling adequaat waren uitgevoerd, dat het voorzorgsbeginsel voldoende was toegepast en dat negatieve effecten op Natura 2000-gebieden en vislarven niet significant werden geacht. Voor visserij was een regeling voor nadeelcompensatie beschikbaar.
Met betrekking tot mijnbouw stelde de rechtbank vast dat de vergunning niet in absolute zin conflicteerde met de winningsactiviteiten van eiseres 3, maar dat een voorschrift over het rekening houden met mijnbouwbelangen onvoldoende was geformuleerd. Dit voorschrift werd vernietigd en door de rechtbank herzien. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten aan eiseres 3. De beroepen van eiser 1 en eiseres 2 werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Vergunning voor windturbinepark West Rijn bevestigd met herzien voorschrift 9 en proceskostenveroordeling aan eiseres 3.