ECLI:NL:RBROT:2011:BP8967
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vergunningverlening windturbinepark Tromp Binnen met toepassing voorzorgsbeginsel en toetsing visserijbelangen
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van het Productschap Vis tegen de vergunningverlening door de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat voor het windturbinepark Tromp Binnen, bestaande uit 59 turbines. De vergunning is verleend op grond van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken (Wbr) en omvatte een uitgebreide milieueffectrapportage (MER) en passende beoordeling conform de Habitatrichtlijn.
Eiser stelde dat de vergunning onrechtmatig was vanwege onvoldoende toepassing van het voorzorgsbeginsel, onvolledig onderzoek naar effecten op vissen en vislarven, en onvoldoende schadevergoeding voor de visserijsector. De rechtbank oordeelde dat het voorzorgsbeginsel juist was toegepast, mede door voorschrift 16 dat een gedetailleerd monitorings- en evaluatieprogramma (MEP) verplicht stelt. De MER en passende beoordeling sloten significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden uit, mede doordat bij de aanleg geen heien plaatsvindt.
Verder concludeerde de rechtbank dat het windturbinepark slechts een gering ruimtebeslag inneemt (0,09% van het Continentaal Plat) en geen wezenlijke inperking van de visserij veroorzaakt. De visserij zal zich naar verwachting slechts verplaatsen zonder aantasting van omvang of aard. De berekeningen van het risico op aanvaringen met turbines door eiser werden niet onderbouwd en door verweerder weerlegd. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor het windturbinepark Tromp Binnen wordt ongegrond verklaard.