ECLI:NL:RBROT:2011:BP9776
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Kolk
- De Jong
- Mantel-Duetz
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bezit en verspreiding van virtuele en echte kinderpornografie
De rechtbank Rotterdam heeft op 31 maart 2011 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die werd verdacht van bezit en verspreiding van kinderpornografisch materiaal, waaronder virtuele afbeeldingen. De rechtbank oordeelde dat de virtuele afbeeldingen, hoewel niet echt, realistisch genoeg zijn en een seksuele prikkeling beogen, waardoor zij onder de strafbaarstelling van artikel 240b Sr vallen.
De verdediging voerde onder meer aan dat de dagvaarding onvoldoende concreet was en dat er sprake was van onrechtmatig verkregen bewijs uit Zwitserland, de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. De rechtbank verwierp deze verweren en verklaarde de officier van justitie ontvankelijk. Ook het Salduz-verweer werd afgewezen omdat het proces-verbaal niet voor bewijs werd gebruikt.
De rechtbank stelde vast dat de verdachte gedurende lange tijd een groot aantal kinderpornografische afbeeldingen en films in bezit had, waaronder materiaal met zeer jonge kinderen en gruwelijke scènes. De verdachte werd veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van zeven jaar. Daarnaast werd een bijzondere voorwaarde opgelegd dat de verdachte zich moet gedragen naar aanwijzingen van de reclassering, waaronder behandeling bij een forensisch psychiatrische polikliniek.
De strafmotivering benadrukte de ernst van het delict, het recidiverisico en het feit dat de verdachte ondanks eerdere behandeling opnieuw kinderpornografisch materiaal had gedownload. De rechtbank achtte een langdurige gevangenisstraf met een substantieel voorwaardelijk deel passend en geboden.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van zeven jaar en bijzondere voorwaarden.