ECLI:NL:RBROT:2011:BQ0100
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nakoming afvloeiingsregeling na overname en ontslag bestuurder Econosto
De zaak betreft een geschil tussen [eiser], voormalig statutair directeur/bestuurder (CFO) van Econosto, en Econosto, ERIKS en [gedaagde3]. Na de overname van Econosto door ERIKS werd de arbeidsovereenkomst van [eiser] binnen een jaar eenzijdig beëindigd. [eiser] vordert nakoming van een afvloeiingsregeling die voorziet in een vergoeding van drie maal het jaarsalaris inclusief reguliere bonussen.
De rechtbank stelt vast dat de afvloeiingsregeling rechtsgeldig is, mede omdat de aandeelhouders en ERIKS hiermee hebben ingestemd. De regeling geldt indien de arbeidsovereenkomst binnen een jaar na overname door een strategische partij wordt beëindigd. Dit is hier het geval. De aangeboden functie door ERIKS was niet redelijk gelijkwaardig aan de functie van CFO, waardoor [eiser] terecht aanspraak maakt op de regeling.
De rechtbank oordeelt dat de bijzondere eenmalige Kirishi-bonus niet tot de afvloeiingsregeling behoort vanwege het uitzonderlijke karakter en de omvang. De wettelijke rente over de vergoeding is toewijsbaar vanaf het einde van de arbeidsovereenkomst. ERIKS en [gedaagde3] zijn niet zelfstandig gehouden tot nakoming. De overige vorderingen, zoals over reguliere bonussen en proceskosten, worden deels aangehouden voor nadere informatie en beoordeling.
Uitkomst: Econosto wordt veroordeeld tot nakoming van de afvloeiingsregeling exclusief de bijzondere Kirishi-bonus; vorderingen tegen ERIKS en [gedaagde3] worden afgewezen.