ECLI:NL:GHAMS:2010:BN8468
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.P.M. van den Dungen
- M.L. van der Bel
- W. Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Toewijzing beëindigingsvergoeding en bonus wegens gerechtvaardigd vertrouwen op oude ontslagregeling
De werknemer [X], voormalig senior manager bij ABN AMRO, vorderde een beëindigingsvergoeding en bonus over 2008 nadat hij boventallig werd verklaard. Hij stelde dat ABN AMRO hem had toegezegd dat bij beëindiging de oude severance policy, inclusief de kantonrechtersformule met factor C=1,4 en gemiddelde bonus over drie jaar, zou worden toegepast.
ABN AMRO had haar beleid per 1 januari 2009 gewijzigd onder druk van de kredietcrisis en staatsinterventie, waardoor de vergoeding lager uitviel en de bonus over 2008 werd geweigerd. Het hof oordeelde dat de werknemer gerechtvaardigd mocht vertrouwen op de oude afspraken, mede omdat hij op verzoek van ABN AMRO was blijven werken onder die voorwaarde.
Het hof verwierp het beroep van ABN AMRO op wijzigingsbedingen en onvoorziene omstandigheden (art. 6:258 BW Pro), en oordeelde dat de toezeggingen nagekomen moeten worden. Tevens werd de bonus over 2008 toegekend, omdat de werknemer aan de targets had voldaan en collega’s in vergelijkbare positie wel een bonus ontvingen.
De vordering tot kennelijk onredelijk ontslag werd niet meer behandeld omdat de hoofdvorderingen werden toegewezen. Het hof veroordeelde ABN AMRO tot betaling van €6.205.500 bruto beëindigingsvergoeding en €1.250.000 bruto bonus, met wettelijke rente vanaf 1 juli 2009, en compenseerde de proceskosten.
Uitkomst: ABN AMRO is veroordeeld tot betaling van een beëindigingsvergoeding van €6.205.500 en een bonus over 2008 van €1.250.000 aan [X].