ECLI:NL:RBROT:2011:BQ2059
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens psychiatrische problematiek en naleving verzuimvoorschriften
In deze ontbindingsprocedure heeft de kantonrechter de arbeidsovereenkomst tussen verzoekster en verweerder ontbonden met ingang van 19 februari 2011. De procedure bevatte uitgebreide beschouwingen over de rol van de bedrijfsarts, de medische rapportages en het rechterlijk oordeel over de psychiatrische problematiek van verweerder.
Verweerder bracht een neuropsychologisch rapport in dat milde cognitieve functiestoornissen constateerde, mogelijk passend bij een beroepsziekte. De bedrijfsarts stelde echter dat er geen aanwijzingen waren voor psychiatrische aandoeningen die het niet nakomen van afspraken konden verklaren. De kantonrechter wees erop dat het oordeel van de bedrijfsarts niet overtuigend was en dat hij als rechter het laatste woord heeft, ook bij medische kwesties.
De kantonrechter stelde vast dat verweerder mogelijk deels door zijn ziekte werd beïnvloed in zijn gedrag, maar dat van zieke werknemers ook verwacht mag worden dat zij verzuimvoorschriften naleven. Daarom werd een C-factor van 0,75 toegepast bij het vaststellen van de vergoeding. De vergoeding werd vastgesteld op circa € 71.500 bruto, zonder rekening te houden met de door verweerder geuite beroepsziektebeschuldiging.
Partijen kregen de gelegenheid het verzoek in te trekken, en de proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten. De kantonrechter benadrukte de informele aard van de ontbindingsprocedure en zijn actieve rol in het beoordelen van de feiten en medische aspecten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden en verweerder ontvangt een vergoeding van circa € 71.500 bruto.