ECLI:NL:RBROT:2011:BQ3094
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- W.J.J. Wetzels
- L.A.C. van Nifterick
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters in ernstige strafzaak wegens gebrek aan vooringenomenheid
In deze strafzaak tegen verzoeker, die wordt verdacht van ernstige delicten waaronder medeplegen van doodslag en drugsdelicten, heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechters van de rechtbank Rotterdam. Het verzoek is gebaseerd op het feit dat de rechters het verzoek van de verdediging om getuigen te horen niet direct hebben gehonoreerd, maar dit hebben uitgesteld tot na de inhoudelijke behandeling van de zaak.
De rechtbank heeft het wrakingsverzoek behandeld en overwogen dat een onwelgevallige beslissing op zichzelf geen reden is voor wraking. De beslissing om het verzoek tot het horen van getuigen pas na het requisitoir en pleidooi te behandelen, is niet onbegrijpelijk en vormt geen zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid. De rechters worden geacht onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen.
De rechtbank concludeert dat de vrees van verzoeker voor vooringenomenheid niet objectief gerechtvaardigd is. Het wrakingsverzoek wordt daarom ongegrond verklaard en afgewezen. De beslissing is genomen door een meervoudige kamer voor wrakingszaken en uitgesproken in een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.