ECLI:NL:RBROT:2011:BQ3107
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.A.C. van Nifterick
- P. Vrolijk
- H. van Lokven-van der Meer
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek kantonrechter buiten behandeling wegens niet-ontvankelijkheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die een zaak behandelde in een procedure tussen een vennootschap en verzoeker. De wrakingskamer heeft vastgesteld dat de kantonrechter op het moment van het wrakingsverzoek de zaak reeds had afgerond met een eindbeslissing op 4 februari 2011.
Volgens artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan een kantonrechter alleen worden gewraakt zolang hij een zaak nog behandelt. Omdat de behandeling was geëindigd, was het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk. De wrakingskamer stelde het verzoek daarom buiten behandeling.
Daarnaast overwoog de wrakingskamer dat andere verzoeken van verzoeker, zoals bezwaar, herziening en vernietiging van de uitspraak, niet tot haar bevoegdheid behoren en dat er in dit stadium geen rechtsgrond voor toewijzing bestaat.
De beslissing werd uitgesproken door de meervoudige kamer voor wrakingszaken van de rechtbank Rotterdam op 29 april 2011.
Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen kantonrechter wordt buiten behandeling gesteld wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid.