ECLI:NL:RBROT:2011:BQ4307
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vergunningverlening windturbinepark Scheveningen Buiten en toetsing scheepvaartveiligheid en milieueffecten
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep tegen de vergunningverlening voor het windturbinepark Scheveningen Buiten, waarbij een deel van de aanvraag werd geweigerd vanwege veiligheidszones. De vergunning werd verleend door de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat op grond van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken (Wbr).
Eiseres 2 stelde onder meer dat de vergunning in strijd was met het VN Zeerechtverdrag en dat de scheepvaartveiligheid onvoldoende was gewaarborgd. De rechtbank oordeelde dat het VN Zeerechtverdrag geen directe werking heeft jegens particulieren en dat de toetsingsmaatstaf de Wbr is. De rechtbank vond dat verweerder een deugdelijk toetsingskader hanteerde, gebaseerd op onder meer het SAMSON-model, PIANC-IAPH richtlijnen en simulaties door MARIN, en dat de veiligheidszone van 500 meter en de benodigde vaarwegbreedte van 1 NM adequaat waren.
Ten aanzien van milieueffecten en visserij concludeerde de rechtbank dat de MER en passende beoordeling voldoende waren en dat het voorzorgsbeginsel was toegepast, onder meer door beperkingen op heiwerkzaamheden en monitoring via een MEP. De rechtbank verwierp de stellingen over onaanvaardbare effecten op vislarven en visbestanden en stelde dat schadevergoeding via de Regeling nadeelcompensatie Verkeer en Waterstaat 1999 mogelijk is.
De beroepen van eiser 1 en eiseres 2 werden ongegrond verklaard, waarmee de vergunning voor het windturbinepark Scheveningen Buiten rechtsgeldig bleef.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de vergunning voor het windturbinepark Scheveningen Buiten.