ECLI:NL:RBROT:2011:BQ5619
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens betrokkenheid werknemer bij energiefraude
De werknemer, sinds 1986 in dienst bij de werkgever als medewerker Logistiek en Vervoer, werd verdacht van betrokkenheid bij energiefraude door het verschaffen van meetgegevens aan derden, wat leidde tot illegale terugdraaiing van meters. Na zijn inhechtenisneming in augustus 2010 stopte de werkgever de salarisbetaling en sprak op 4 oktober 2010 ontslag op staande voet uit wegens het verlies van vertrouwen en de schade die de werknemer had veroorzaakt.
De werknemer erkende de feiten, maar stelde dat hij onder ernstige bedreigingen van derden handelde en daarom niet naar politie of werkgever was gestapt. De kantonrechter vond deze stelling onvoldoende onderbouwd en oordeelde dat zelfs bij veronderstelde bedreigingen dit geen rechtvaardiging bood. De werknemer had de plicht om de werkgever te informeren vanwege zijn goed werknemerschap.
Gezien de langdurige en ernstige aard van de fraude, waarbij de werknemer sinds 2008 betrokken was, achtte de kantonrechter de gedragingen een dringende reden voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De lange diensttijd van de werknemer deed hieraan niet af. Bij ontbinding op grond van dringende reden is geen ontslagvergoeding verschuldigd. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met ingang van 4 januari 2011 en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens dringende reden met ingang van 4 januari 2011 zonder ontslagvergoeding.