ECLI:NL:RBROT:2011:BQ5642
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verjaring en misbruik van recht bij inbezitneming stroken grond en opstal
Eiser is sinds 1964 huurder van een perceel en vordert eigendom door verjaring van stroken grond op aangrenzende percelen van de Gemeente Rotterdam. Hij stelt zich te hebben gedragen als eigenaar en heeft onder andere bergingen gebouwd die deels op het perceel van de Gemeente staan.
De Gemeente en de Stichting Laurens betwisten de verjaring en vorderen onder meer afbraak van de opstal en ontruiming van de percelen. De rechtbank oordeelt dat het bezit van de stroken grond middellijk via de huurovereenkomst aan de moeder van eiser toekomt, zodat de erfgenamen eigenaar zijn geworden door verjaring. Voor het perceel met de bergingen is eiser niet te goeder trouw omdat hij onvoldoende onderzoek deed naar de kadastrale grenzen.
De rechtbank wijst de vordering tot eigendom door verjaring van de strook met bergingen af, evenals de subsidiaire vordering tot erfdienstbaarheid. De vordering tot afbraak van de opstal wordt afgewezen wegens misbruik van recht door de Gemeente. De vordering tot verwijdering van een hekwerk wordt toegewezen. De overige vorderingen worden aangehouden voor nadere conclusies.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot eigendom van de strook met bergingen af wegens gebrek aan goede trouw en wijst de vordering tot afbraak van de opstal af wegens misbruik van recht.