ECLI:NL:RBROT:2011:BQ6168

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 10/4073 WET-T2
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 Paspoortwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag reisdocument voor vreemdelingen wegens bezit buitenlands paspoort

Eiser heeft op 16 juni 2009 een reisdocument voor vreemdelingen aangevraagd bij de burgemeester van Rotterdam, welke aanvraag ter verdere behandeling aan verweerder is voorgelegd. Verweerder heeft het bezwaar van eiser tegen de afwijzing van deze aanvraag ongegrond verklaard omdat eiser reeds beschikte over een geldig Chileens paspoort.

De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 14 van Pro de Paspoortwet een reisdocument voor vreemdelingen niet kan worden verstrekt aan personen die reeds over een reisdocument van een ander land beschikken. Het feit dat eiser stelt zijn Chileense paspoort niet te kunnen gebruiken vanwege een identiteitsverwisseling, is volgens de rechtbank niet relevant in deze procedure.

Voorts kan het verzoek van eiser om het Nederlanderschap te herwinnen niet in deze bestuursrechtelijke procedure worden behandeld. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voor een reisdocument voor vreemdelingen wordt bevestigd.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Sector Bestuursrecht
Meervoudige kamer
Reg.nr.: AWB 10/4073 WET-T2
Uitspraak in het geding tussen
[naam eiser], wonende te [woonplaats], eiser,
en
de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder.
1 Ontstaan en loop van de procedure
Bij besluit van 3 september 2010 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het besluit van 31 juli 2009 ongegrond verklaard.
Tegen het bestreden besluit heeft eiser beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 maart 2011. Eiser is verschenen. Verweerder is, zonder kennisgeving, niet verschenen.
2 Overwegingen
2.1 Eiser heeft op 16 juni 2009 een reisdocument voor vreemdelingen als bedoeld in artikel 14 van Pro de Paspoortwet aangevraagd bij de burgemeester van Rotterdam, die deze aanvraag ter verdere behandeling aan verweerder heeft doen toekomen.
2.2 Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het besluit van 31 juli 2010, strekkende tot afwijzing van de aanvraag, ongegrond verklaard. Hieraan heeft verweerder ten grondslag gelegd dat eiser beschikte over een Chileens paspoort dat geldig was tot 19 december 2010 waardoor hij niet voldoet aan het gestelde in artikel 14 van Pro de Paspoortwet. Verweerder heeft daarom bedenkingen tegen de verstrekking van een Nederlands reisdocument voor vreemdelingen.
2.3 De rechtbank oordeelt als volgt.
2.3.1 Ingevolge artikel 14 van Pro de Paspoortwet kan aan andere toegelaten vreemdelingen dan bedoeld in de artikelen 11, 12 en 13, die geen reisdocument van een ander land kunnen verkrijgen dan wel die kunnen aantonen dat van hen redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat zij van een ander land een reisdocument aanvragen, binnen de grenzen bij deze wet bepaald, een reisdocument voor vreemdelingen worden verstrekt.
2.3.2 Voor zover de rechtbank de beroepsgronden van eiser heeft kunnen duiden, kunnen deze niet leiden tot het door hem beoogde doel. Verweerder heeft zich bij het bestreden besluit terecht op het standpunt gesteld dat de Paspoortwet geen mogelijkheid biedt om eiser een reisdocument voor vreemdelingen te verstrekken omdat eiser reeds over een reisdocument van een ander land beschikte, te weten een Chileens paspoort. Dat eiser, naar hij heeft gesteld, zijn Chileense paspoort niet kan gebruiken vanwege een identiteitsverwisseling met een ander, is daarbij niet relevant.
Voor zover het eiser in wezen te doen is om het Nederlanderschap, waarvan hij indertijd afstand heeft gedaan, weer te verkrijgen, kan dat in deze procedure niet aan de orde komen. Eiser kan zich voor informatie daarover eventueel wenden tot de Immigratie- en Naturalisatiedienst, zoals verweerder bij het bestreden besluit ook heeft opgemerkt.
2.3.3 Nu hetgeen eiser heeft aangevoerd niet kan leiden tot vernietiging van het bestreden besluit, moet het beroep ongegrond worden verklaard.
2.3.4 Voor een veroordeling in de proceskosten ziet de rechtbank geen aanleiding.
3 Beslissing
De rechtbank,
recht doende:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus gedaan door mr. L.A.C. van Nifterick, voorzitter, mr. D. Haan en mr. R.H.L. Dallinga, leden, in tegenwoordigheid van mr. B.M. van der Kuil, griffier.
De griffier: De voorzitter:
Uitgesproken in het openbaar op: 12 mei 2011.
Een belanghebbende - onder wie in elk geval eiser wordt begrepen - en verweerder kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage. De termijn voor het indienen van het beroepschrift is zes weken en vangt aan met ingang van de dag na die waarop het afschrift van deze uitspraak is verzonden.
Afschrift verzonden op: