ECLI:NL:RBROT:2011:BQ6678
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing vergunning windturbinepark Beaufort en scheepvaartveiligheid
Bij besluit van 2 november 2009 verleende de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat een Wbr-vergunning voor het offshore windturbinepark Beaufort, bestaande uit maximaal 93 turbines. Tegen dit besluit werden beroepen ingesteld door drie partijen, waaronder het Havenbedrijf Rotterdam en E-Connection Offshore B.V. De rechtbank toetste de ontvankelijkheid van de beroepen en oordeelde dat deze ontvankelijk waren.
De kern van het geschil betrof de scheepvaartveiligheid rond het windpark, de toepassing van het VN Zeerechtverdrag, de berekening van benodigde vaarwegbreedte en afstand tot vaarwegen, en de milieueffecten op visserij en onderwaterleven. De rechtbank concludeerde dat de vergunningverlening in overeenstemming is met de Wet beheer rijkswaterstaatswerken (Wbr) en beleidsregels, dat de belangenafweging zorgvuldig is gemaakt en dat de veiligheidszone van 500 meter conform nationaal en internationaal recht is.
De rechtbank verwierp de stellingen dat het windpark de scheepvaart onaanvaardbaar belemmert of dat het voorzorgsbeginsel niet voldoende is toegepast. Ook werd geoordeeld dat de vergunninghouder kan voldoen aan het voorschrift om de corridor tussen de clusters af te sluiten. De milieueffectrapportage en passende beoordeling zijn als zorgvuldig beoordeeld, met voldoende mitigatie en compensatie. Het beroep werd ongegrond verklaard en de vergunning bevestigd.
Uitkomst: De beroepen tegen de vergunning voor het windturbinepark Beaufort worden ongegrond verklaard en de vergunning wordt bevestigd.