ECLI:NL:RBROT:2011:BQ7780
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.A.C. van Nifterick
- H. van Lokven-van der Meer
- P. Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoekster, een besloten vennootschap, diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter in een civielrechtelijke procedure, stellende dat de kantonrechter niet onbevooroordeeld zou zijn. Het verzoek was gebaseerd op de afwezigheid van de gemachtigde van verzoekster bij de comparitie van partijen, die volgens verzoekster op 4 april 2011 zou plaatsvinden, terwijl de comparitie feitelijk op 30 maart 2011 was.
De kantonrechter en de wrakingskamer onderzochten de feiten en concludeerden dat de comparitie op 30 maart 2011 plaatsvond en dat er geen bewijs was dat de gemachtigde ook op die datum verhinderd was. De kantonrechter gaf aan dat de afwezigheid zonder tijdige melding tot de gebruikelijke procedure leidde, namelijk het bepalen van een datum voor vonnis.
De wrakingskamer oordeelde dat een onwelgevallige beslissing op zich geen grond voor wraking is, tenzij deze zo onbegrijpelijk is dat er een zwaarwegende aanwijzing voor partijdigheid bestaat. Dit was niet het geval. Er was geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid van de kantonrechter. Het verzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen wegens gebrek aan feitelijke grondslag en onvoldoende aanwijzingen voor partijdigheid.