ECLI:NL:RBROT:2011:BQ8157
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning natuurvriendelijke oever wegens onvoldoende onderzoek paddenoverlast
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het waterschap Hollandse Delta tot het verlenen van een vergunning voor het aanleggen van natuurvriendelijke oevers nabij zijn bedrijf. De rechtbank stelde in een tussenuitspraak dat verweerder onvoldoende onderzoek had verricht naar mogelijke toename van paddenoverlast.
Verweerder heeft vervolgens een deskundigenrapport laten opstellen dat concludeert dat de aanleg van de natuurvriendelijke oever niet heeft geleid tot een toename van het aantal padden in de kas. De rechtbank oordeelt dat de door eiser ervaren hinder onvoldoende is om de vergunning te weigeren. Wel acht de rechtbank het eerdere besluit strijdig met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht vanwege het gebrekkige onderzoek.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand. Tevens veroordeelt zij verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.