ECLI:NL:RBROT:2011:BQ9271
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid
Eiser was ruim 34 jaar in dienst bij gedaagde als servicemonteur en werd arbeidsongeschikt door psychische klachten. Ondanks re-integratie-inspanningen, waaronder begeleiding door een extern bureau, kon hij niet worden herplaatst binnen of buiten de organisatie. Gedaagde vroeg en verkreeg een ontslagvergunning van het UWV en zegde de arbeidsovereenkomst op zonder opzegtermijn, met een vergoeding ter grootte van het loon over de opzegtermijn.
Eiser stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege onvoldoende scholingsinspanningen, het niet onderzoeken van passende functies binnen de organisatie en het ontbreken van financiële compensatie. Gedaagde betwistte dit en stelde dat zij voldoende re-integratie-inspanningen had verricht, passende functies niet beschikbaar waren en het ontslag voortvloeide uit langdurige arbeidsongeschiktheid.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was omdat de gevolgen voor eiser onevenredig zwaar waren en gedaagde geen financiële voorziening had getroffen. De gevorderde schadevergoeding werd beperkt tot €12.552,00 bruto, gebaseerd op het verschil tussen laatstverdiend salaris en WIA-uitkering over een redelijke periode van 1,5 jaar. Kosten voor rechtsbijstand en buitengerechtelijke kosten werden afgewezen. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde is veroordeeld tot betaling van €12.552,00 bruto schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.